zondag 4 oktober 2009

© Bert Schierbeek (1918 - ­1996) Fragment uit 'Door het oog van de wind' 1988 

en hij liep naar buiten kijkt in de lucht van de nacht ziet de maan en al die sterren en roept: -------kijk de maan -------zoals je haar ziet -------is geheel zichzelf -------gebleven en je denkt maan? zichzelf? -------o zei zij -------toen wij nog -------hoegenaamd van -------niets wisten -------dachten wij -------als wij al dachten -------omdat… -------kijken en denken -------nog samenviel -------dachten wij nooit -------over de maan -------de maan was er dus stonden wij aan een bar en wij dronken (er één) en zegt die oude zegt ie kijk als wij geduld hebben en de dood ook dan zullen wij nog een lang leven hebben zei hij en ik dacht aan die morgen zoals sommige morgens moeilijk opkomen ze wachten op zon of regen en misschien op een geluid het gepiep van een vogel het geblaf van een hond of misschien ook wel op niets en dan plotseling naar aanleiding daarvan dan ontwaakt de wereld en wordt het (waarom) in je hoofd totaal helder hoewel je nog niets overziet denk je althans dat je alles kunt zien het is een wereldbeeld maar niet gesloten gesloten betekent dat alles voorzien is in hét zien die blind is voor al het andere