en hij liep naar buiten
kijkt in de lucht van de nacht
ziet de maan en al die sterren
en roept: -------kijk de maan -------zoals je haar ziet -------is geheel zichzelf
-------gebleven
en je denkt
maan?
zichzelf?
-------o zei zij
-------toen wij nog
-------hoegenaamd van
-------niets wisten
-------dachten wij
-------als wij al dachten
-------omdat…
-------kijken en denken
-------nog samenviel
-------dachten wij nooit
-------over de maan
-------de maan was er
dus stonden wij aan een bar
en wij dronken
(er één)
en zegt die oude
zegt ie
kijk als wij geduld hebben
en de dood ook dan zullen
wij nog een lang leven
hebben
zei hij
en ik dacht aan die morgen
zoals sommige morgens moeilijk opkomen
ze wachten op zon of regen
en misschien op een geluid
het gepiep van een vogel
het geblaf van een hond
of misschien ook wel op niets
en dan plotseling naar aanleiding daarvan
dan ontwaakt de wereld en wordt het
(waarom)
in je hoofd totaal helder
hoewel je nog niets overziet
denk je althans dat je alles kunt zien
het is een wereldbeeld
maar niet gesloten
gesloten betekent dat alles
voorzien is in hét zien
die blind is voor al het andere
