CLOZAPINE®
Een probaat middel tegen van alles en nog wat.
Fran/ck's moeder (parkinsonpatiënt) krijgt het ook voorgeschreven...
CFH-Advies
Bij de behandeling van acute psychosen heeft haloperidol in een lage dosering (4–10 mg/dag) op basis van effectiviteit en ervaring de voorkeur. Bij chronische beelden wordt op individuele gronden gekozen voor een klassiek antipsychoticum zoals haloperidol of een atypisch antipsychoticum. Wanneer bij schizofrenie sprake is van therapieresistentie voor zowel klassieke als atypische antipsychotica of van hinderlijke extrapiramidale bijwerkingen kan clozapine een alternatief zijn. Bij gebruik van clozapine dient rekening te worden gehouden met het ontstaan van ernstige bijwerkingen als agranulocytose (gedurende 18 weken wekelijks bloedbeeldcontrole!).
Clozapine is nog niet beoordeeld voor psychotische aandoeningen bij de ziekte van Parkinson.
Bijwerkingen
Risico van granulocytopenie (3%) en agranulocytose (0,7%), voornamelijk in de eerste 18 behandelingsweken (incidentie 32:100.000 persoonsweken), met mogelijk fatale afloop. Zeer vaak (> 10%): slaperigheid, moeheid, duizeligheid, constipatie, hypersalivatie en tachycardie. Vaak (1-10%): leukopenie, neutropenie, eosinofilie, leukocytose, vooral in het begin van de therapie: anticholinerge verschijnselen zoals accommodatiestoornissen, mydriasis en droge mond, orthostatische hypotensie, urine-incontinentie en/of –retentie, hypertensie, syncope, maag-darmklachten, gewichtstoename, verhoogde transaminasespiegel, verandering van ecg, hoofdpijn, tremor, stijfheid, acathisie, extrapiramidale symptomen, convulsies, vermoeidheid, koorts, stoornis in temperatuurregulatie. Soms (0,1-1%): agranulocytose, maligne antipsychoticasyndroom (voorheen neurolepticumsyndroom). Zelden (0,01-0,1%): anemie, gestoorde glucosetolerantie en diabetes mellitus, rusteloosheid, agitatie, verwardheid, delirium, ademhalingsdepressie of -stilstand, met of zonder circulatoire collaps, pericarditis, aritmie, myocarditis (met name in de eerste twee maanden van behandeling, waarvan enkele gevallen met dodelijke afloop), trombo-embolie, aspiratie van ingenomen voedsel, dysfagie, hepatitis, cholestatische icterus, pancreatitis, verhoogd CPK.
Overdosering
Symptomen: verwarring, convulsies, koorts, delirium, respiratoire insufficiëntie, hypotensie, hartritmestoornissen (AV-blokkade, extrasystole), bewusteloosheid, coma. Fataal in enkele gevallen bij doses van 400 mg, meestal bij doses > 2000 mg. De mortaliteit van overdosering was tot nu toe 12%.
Therapie: binnen 6 uur na inname maaglediging en maagspoelen.
Gebruik van epinefrine of derivaten bij hypotensie vermijden in verband met het 'omgekeerd epinefrine-effect' (= verergering hypotensie).
Bron: Het Farmacotherapeutisch Kompas