
1940 / Kazemat Noord bij Katwijk aan de Maas
In deze kazemat is Franciscus Nefs, de vader van mijn moeder, mijn opa dus, op de eerste oorlogsdag in 1940 gesneuveld.
Ik ken de verhalen, er zijn verschillende versies. Het onderstaande
verslag is het meest betrouwbaar. Er was verraad. Inwoners van Katwijk hadden meermaals
bij de politiepost gemeld, dat Kapt. Hoogenhuize regelmatig op bezoek ging bij
een NSB familie in het dorp. Op 10 mei bleek hij inderdaad aan de kant van de
Duitsers te staan; hij weigerde opdracht te geven om de brug 'te laten
springen'.
Een saillant detail is, dat mijn opa de laatste is geweest
die deze kapitein nog in levenden lijve heeft ontmoet …
De heer J.A.L. Rothuis, die het op verschillende punten niet
eens is met de Militaire Spectator, verhaalt als volgt:
Op 9 Mei 1940 kwam het geheel in alarmstelling. Ik was cdt.
Pontveer. De springlading was reeds lang aangebracht, doch die nacht moest ook
het vuurkoord worden aangebracht. De bedrijvigheid aan de overkant werd steeds
groter. De Sergt. Nefs was cdt. brug. Toen ik hem vroeg of hij de brug ging
laten springen, zei hij te moeten wachten op bevel van Kapt. Hoogenhuize. Dat
bevel kwam echter niet. Later bleek dat de genoemde kapitein niet safe was. Wij
zijn toen onderling overeengekomen, dat Sergt. Nefs op eigen initiatief de brug
zou laten springen, en ik vlak daarna de pont. Ik heb daarna de pont aan de
Katwijkse zijde laten springen en ben toen richting kwartier gegaan. Ik ben mij
gaan melden in de kazemat Zuid, doch daar was geen plaats meer. Vervolgens ben
ik naar Kazemat Noord gegaan, waar de Sergt. Nefs mij binnenliet. Katwijk stond
toen al in brand. Ons kwartier brandde geheel af. Er werd hevig gevuurd van
beide kanten. De Sergt. Nefs vroeg mij hoe of het buiten was en gaf mij
vervolgens opdracht bij de telefoon plaats te nemen. Hijzelf had plaats genomen
op No.1 aan het kanon. Na enige tijd hebben we van plaats verwisseld. Wij keken
beide door een kijkervizier toen de klap kwam. Een granaatscherf rukte beide
kijkervizieren weg. Een tweede treffer vernielde de vuurmond. Deze schoof van
zijn wieg en was verder onbruikbaar. Plotseling hoorde wij de Sergt. Nefs
zeggen: Jongens ik ben gewond, ik ga sterven.” Toen ontstond de paniek. Wij
probeerden Zuid te bellen om een dokter of om Rode kruis soldaat, doch kregen
geen gehoor. Later bleek, dat dokters en Rode Kruis soldaten uit Katwijk waren
weggetrokken. Ikzelf heb de telefoon bediend, doch er was geen enkele
verbinding te krijgen. De Sergt. Nefs was zo ernstig gewond, dat hij kort
daarop is overleden. Nadat we ingesloten waren, hebben we geprobeerd te
ontkomen richting Haps. Dit Mislukte echter. We werden krijgsgevangen gemaakt
door Duitse soldaten, die met een pantsertrein via Gennep waren doorgekomen. Ik
heb mijn vrouw nog gesproken en die vertelde mij, dat ze de Kapt. Van
Hoogenhuize dood voor zijn commandopost had zien liggen. Hij was doodgeschoten
en tot op heden is niet bekend wie dat gedaan heeft. Vervolgens zijn wij
afgevoerd naar Neu Brandenburg, waar we tot het einde gebleven zijn.
U ziet, dat er nog al wat verschil in de lezing is. De Sergt.
Nefs heeft de brug, en ik heb de pont laten springen op eigen verantwoording,
dus zonder opdracht, doch ingevolge onze eigen instructies. Verder ontbrak er
nog al wat. Er was van de gehele leiding niets te bekennen. Dokters en
verplegers waren zoek. Noodrantsoenen of iets van dien aard waren er in het
geheel niet. Vermeldenswaard is nog wel, dat we veel rubberbootjes, waarin
Duitsers zonder uniformjasjes en witte vlaggen trachtten over te komen, in de
grond hebben geboord.