'HUN CULTUUR' / ACHTERTUIN BENEDENBUREN / BoZ ©FRA-NOV2009
Mijn woning is gelegen op de eerste verdieping. Aan de straatzijde is mijn balkon, achter is er niets, ik kijk daar zo in de achtertuin van mijn benedenburen.
Mijn benedenburen zijn van buitenlandse afkomst, spreken vloeiend Turks en gebrekkig Nederlands. Elk jaar ruimen ze eind maart de achtertuin op, harken wat en zaaien vervolgens het zaad. De tuin doet vanaf dat moment dienst als moestuin. Eind augustus, direct na de laatste oogst, verandert de tuin weer in een vuilnisbelt. Dat is al jaren zo.
Een paar jaar geleden belde er bij mij, op een zonnige doch late herfstdag, een wat oudere volslanke dame aan. Ze omklemde met haar linkerarm een schrijfblok en was gekleed in een mantelpak met daarop een grote broche. Ze vertelde me dat ze namens de bewonerscommissie kwam en me graag zou willen spreken over mijn balkon. Ik vond het goed. De dame kwam snel ter zake en gaf te kennen dat het droogrekje op mijn balkon met daaraan het wasgoed, een slordige indruk maakte. Ook de al lege bloembakken vond ze niets: "Als u er winterviooltjes in plant, oogt het gelijk een stuk mooier." Ik was verbouwereerd, maar reageerde toch nog bijdehand: "Wilt u de achtertuin ook zien?" Daar had de dame wel oren naar! Ik liet haar binnen en vanuit mijn keukenraam gunde ik ze een blik in 'mijn' achtertuin. Ze reageerde onthutst: "Daar moet u snel wat aan doen, dit kán zo niet!" Ze toverde een designbrilletje uit haar grijze opgestoken haren, plaatste het dingetje laag op haar neus en begon driftig aantekeningen te maken op haar schrijfblok.
Nadat ik de dame wat tot bedaren had gebracht en uitgelegd had, dat het niét mijn tuin, máár de tuin van mijn benedenburen was, vroeg ze wat voor soort mensen daar dan wel niet woonden. Ik antwoordde dat het om allochtonen van Turkse afkomst ging. "Oh, maar dat is hun cultuur!", antwoordde ze snel, "daar kunnen wij geen actie op ondernemen, pas als u ongedierte gaat zien, kunnen wij handelend op gaan treden." En weg was ze…

