donderdag 11 februari 2010


GERRIT (DE ZWARTE VLEK ACHTER DE KERSENBOOM IN DE SNEEUW DUS; LINKS ZIJN VOETEN, RECHTS DE REST) / BoZ ©FRA-FEB2010

Ik keek vannacht, zoals ik meestal doe voor het slapen gaan, nog even naar buiten. Ik zag een verdwaalde carnavalsvierder door de straat zwalken. Hij had de hele breedte nodig om op de been te blijven. Precies bij mijn benedenburen gleed hij uit en klapte hard achterover. De dreun was binnen te horen. De man bleef roerloos liggen. Even later zag ik hem niet meer, maar ‘iets in mij’ zei, dat ik me toch moest aankleden en naar buiten moest gaan om poolshoogte te nemen. ‘Iets in mij’ had gelijk. De man lag plat op zijn rug in de sneeuw tegen de heg van mijn benedenburen. Hij sliep. De snotpegels aan zijn neus waren al bevroren!
Het kostte me enige moeite om de man wakker te krijgen. Overduidelijk was dat hij straalbezopen was. Hij kon daar niet blijven liggen, hij zou doodvriezen, dus heb ik hem overeind getrokken. De dronkaard bleek een kop groter dan ik.
Ik vroeg hem of hij zich kon herinneren waar hij woonde. "In zssloeiiermeierlaaaan", antwoordde hij met een dikke tong. Het huisnummer kende hij ook nog uit het hoofd: "weee…ond...neeeggg-...neetig!" "Nummer tweehonderdnegenennegentig?", herhaalde ik (ik ga dagelijks om met mensen met afasie). "Jaaaahh, weeeé…ond…neeeggg...né…tig!", bevestigde hij.

Dit adres aan de Burg. Stulemeijerlaan is ongeveer een klein kwartiertje lopen bij mij vandaan. Op eigen kracht zou het de dronkenlap nooit gaan lukken, daarom besloot ik om hem naar huis te brengen. Ik heb de man steeds stevig aan zijn kraag vast moeten houden.
Met het herinneren van zijn naam had hij wel grote moeite, pas na lang aandringen kwam het er ineens uit: "Gè…ut Fânke."
Gerrit Franken bedankte mij onderweg herhaalde malen voor de aangeboden hulp. Hij vertelde me ook dat hij wel eens vaker dronken was geweest, maar zó dronken… dat was hem nog nooit overkomen. Heel erg vond hij, dat hij zijn petje was kwijtgeraakt. Ik stelde hem gerust en zei dat ik het petje nog wel zou vinden. Hij had er echter weinig vertrouwen in.

Gerrit bleek in de Zoomflat te wonen.
Achter het huisnummer 'weee...ond…neeeggg……neetig', beneden in de hal bij de intercom, stond inderdaad de achternaam van de stomdronken Gerrit. Hij woonde 11 hoog! Ik heb de lift voor hem bediend en hem geholpen bij het open van zijn voordeur. Gerrit probeerde het eerst met een fietssleuteltje, maar na wat zoeken aan zijn sleutelbos vond hij uiteindelijk toch de goede sleutel. Terwijl ik wat lampen in Gerrit’s woning aanknipte, vroeg hij, terwijl hij zich stevig vasthield aan een stoel, of ik koffie lustte? Dat leek me geen goed idee. Bij het weggaan heb ik Gerrit plechtig laten beloven dat hij geen friet zou gaan bakken. "Pèch…tg blooooofffd", antwoordde hij oprecht. Daarna ben ik met een gerust hart vertrokken.
In de centrale hal op de 11de verdieping heb ik voor het raam nog een tijdje staan te genieten van het uitzicht over 'BoZ by night'. Gerrit heeft een grandioos uitzicht aldaar!