Een vergeetachtige 'bewoner' (onze Rinus) in de huiskamer van het verpleeghuis te Roosendaal, vroeg aan mij en aan mijn moeder of hij bij ons aan tafel mocht komen zitten. Natuurlijk mocht dat. Hij nam al zuchtend plaats en vroeg of hij in Etten-Leur was: "Ik ben op weg naar Breda! Ja, ze hadden me een tijdje opgesloten in een gesticht in Roosendaal. Gelukkig ben ik daar nu weg. Dit is toch Etten-Leur, hè?" Een verzorgster schonk ondertussen koffie voor ons in. Ik vroeg hem wat hij in Breda ging doen, maar daar kon hij geen antwoord op geven. Wel kletste hij over van alles en nog wat, óók over zijn diensttijd in Breda. Toen hij zijn koffie op had, kreeg hij ineens haast en wilde snel zijn consumptie afrekenen. Hij reageerde paniekerig: "Waar is nou die serveerster gebleven? Ik moet nog helemaal naar Breda!" Om hem wat te kalmeren loog ik, dat ik trakteerde. Hij was me dankbaar, stond op, draaide zich om, probeerde zich te oriënteren en riep uiterst verbaast: "Hé, dit lijkt hier godverdomme trouwens wel erg veel op dat gesticht in Roosendaal!" Echter, zonder zich daar verder om te bekommeren, sjokte hij naar de gang…

